Onno Meerdink

1985

Lagosweg Delft, 2007, c-print 27x34 cm 
← vorige volgende →
De jaarlijkse eindexamenexposities van de kunstacademies in Nederland zijn vermakelijke uitstapjes die ik combineer met mijn speurtocht naar Nederlandse fotografie. Het is een eenvoudige manier om de laatste ontwikkelingen bij te houden en meestal ontdek ik wel enkele fotografen. In 2008 was het een magere oogst, al stuitte ik wel op een heel bijzondere fotograaf: Onno Meerdink van de kunstacademie in Den Haag. Ik kocht zijn serie: Tussen stad en land

Tussen stad en land

Een interview met Onno Meerdink

 

Je bent vorig jaar (2008) afgestudeerd aan de kunstacademie in Den Haag. Wat doe je nu?

Ik probeer zoveel mogelijk te fotograferen en werk in een boekhandel om geld te verdienen. Soms doe ik kleine opdrachtjes, meestal van bekenden. Het is hartstikke moeilijk om opdrachten te krijgen en mijn eigen projecten krijg ik niet verkocht.

Wat zijn dat voor projecten?

Op dit moment doe ik een onderzoek naar de band tussen fotografie en toeval. Toeval is echt interessant en is een fascinerend kenmerk van fotografie. Ik probeer de rol van toeval in mijn beelden zo groot mogelijk te maken door methodes te gebruiken die niets met fotografie te maken hebben maar wel het resultaat bepalen, zoals het werpen met dobbelstenen of pijltjes. Ook gebruik ik speciaal hiervoor geschreven computerprogramma’s. Met dit soort tactieken bepaal ik waar, wanneer en hoe ik fotografeer. Mijn ideaal is een evolutionaire fotografie waarbij een volledige willekeur optreedt maar ieder beeld wel invloed heeft op het volgende. Ik wil zo een fotografische encyclopedie maken, die helemaal op statistische beginselen berust.

Het werk dat hier wordt gepresenteerd lijkt me toch eerder documentair.

Tuurlijk, daar heb je gelijk in, al is er wel een verband tussen documentaire fotografie en toeval. De documentairemaker kan de kans op toevallige elementen vergroten door chaotische situaties op te zoeken of bijvoorbeeld door de keuze van het kader en het fotomoment. In foto’s zoek ik ook altijd naar dat soort elementen en fotografen die daarmee bezig zijn vind ik het interessantst.

Hoe ben je eigenlijk met fotografie begonnen?

Dat is toevallig ontstaan! Tijdens een schoolreisje naar de Deltawerken in Zeeland vond ik op een parkeerplaats op het dak van een auto een eenvoudige camera waar het filmpje pas voor de helft van vol was. Ik was nieuwsgierig naar de foto’s die met de camera gemaakt waren en stelde me allerlei interessante foto’s voor, vooral naaktfoto’s. Het waren natuurlijk de gebruikelijke toeristische foto’s. Maar ik heb met veel plezier het rolletje volgeschoten met foto’s van vrienden. Toen heb ik besloten een serieuze camera te kopen, ongeveer in 2001 denk ik. Sindsdien fotografeer ik.

Het valt me op dat je je foto’s niet ensceneert of manipuleert. Is dat opzet? Heb je daar principieel iets op tegen?

Nee, principes heb ik niet, maar er is weinig geënsceneerde fotografie die ik spannend vind. Alleen portretten dan. En zoals ik al eerder zei, het toevallige interesseert me in fotografie en door te ensceneren verklein je de kans daarop. Manipulatie is een soort ensceneren, je bepaalt het beeld en ik wil het laten bepalen door de buitenwereld. Ik ben overigens niet tegen manipulatie, ik heb er gewoon niet zo veel mee op dit moment.

De foto’s die hier worden getoond, moeten die worden gezien als een serie?

Wat ze verbindt is natuurlijk het onderwerp, het type plekken aan de rand van de stad. Ik word aangetrokken door de oude gebouwen, de atmosfeer die daar heerst, de mensen die aan de rand van de stad wonen en het individuele karakter. Dit in tegenstelling tot het seriekarakter van de stad en vooral tot dat van nieuwbouwwijken. Het is eigenlijk grappig dat je in Nederland nog gebieden vindt waar projectontwikkelaars niet aan te pas zijn gekomen. De plekken zijn als landschappen gefotografeerd, maar ik werd eigenlijk steeds aangetrokken door toevallige taferelen die er zich kunnen afspelen. Het gebied aan de rand van de stad als toneel voor kleine scènes. Het zijn fotomomenten in landschappen.

De scènes waar je het over hebt plaatsen zich in zekere zin tussen het onderwerp, het gebied aan de rand van de stad, en de toeschouwer in. Daardoor wordt de aandacht van het gebied afgeleid en wordt je fotografie ook persoonlijker. Je had ook voor een meer afstandelijke of objectievere benadering kunnen kiezen door bijvoorbeeld met een technische camera de gebieden van je interesse vast te leggen. Heb je dat overwogen? Hoe sta je tegenover de zichtbaarheid van de fotograaf in het werk?

Ja, ik heb zeker overwogen om met een technische camera te werken. Voor mij geldt bij dit soort van geografische fotografie hoe meer detail, hoe beter. Mijn ideaal zou een 10x8 inch camera met grote scherptediepte en met ultrakorte sluitertijden zijn, waardoor de informatie in het beeld maximaal is. In situaties zonder beweging kan dat, maar voor landschappen met scènes is dat onmogelijk. Ik heb een soort tussenweg gekozen met een gemakkelijke middenformaatcamera, een Mamiya... Wat vroeg je nou nog meer?

Over de zichtbaarheid van de fotograaf in zijn werk...

Oh ja... Wat dat betreft moet ik zeggen dat ik voor mijn gevoel de fotograaf zo min mogelijk zou willen laten zien, al zou je dat misschien niet zeggen als je naar deze plaatjes kijkt.

 

Verwante fotografen

Egbert van Zwan

bekijk